Een goed bewaard geheim? Misschien wel. Weinig mensen weten dat supertalent en selfmade architect Henry van de Velde zijn laatste bouwwerk in … Leuven realiseerde. Middenin een winkelwandelstraat ontdek je er – als je goed kijkt – een onopvallend maar toch bijzonder geveltje. Het opschrift ‘Technische School’ is nog net zichtbaar. Wie kan vermoeden dat er achter deze smalle gevel geen rijwoning maar een prachtig en uitgestrekt modernistisch complex schuil gaat? Bijna 100 jaar oud is deze architectuurparel! Ontdek hier het verhaal van de Technische School van Henry van de Velde in Leuven, het huidige Tweebronnencomplex.
Kennismaking met de Technische School van Henry van de Velde: tegels en Van de Velde-geel
Diestsestraat 49. Een merkwaardige met terracottakleurige tegels beklede gevel. Op straatniveau nodigt de gebogen lijn van de grijze hardsteen je naar binnen. Een roodmetalen beglaasde deur verstopt zich wat dieper in de gevel. Als je via deze hoofdingang het complex betreedt, denk je dat je je vergist hebt. Want een lange gang in geel en groen strekt zich voor je uit en de grijsgroene muurtegels roepen bij sommigen …zwembad-associaties op :). Maar in de verte wenkt het licht. De -vanop straat ietwat geheimzinnige- gang leidt naar een reusachtige vide met uitzicht op een monumentale binnenkoer: de vroegere speelplaats van de Technische School van Henry van de Velde. Een weelde van licht en ruimte overspoelt je en het complex ontvouwt zich in zijn ware proporties.
Visuele transparantie
Dat is nog meer het geval als je de huidige bibliotheekruimte betreedt. Met open mond staar je hier naar 4000 vierkante meter van licht, staal en beton! Het ritme van de zuilen verraadt de oorspronkelijke indeling in gangen en klaslokalen. Glazen schuifwanden begrensden vroeger de ruimtes. Die laatste zijn er jammer genoeg niet meer, maar het is niet moeilijk om ze erbij te denken. Op oude foto’s zie je wat een geweldig visueel perspectief ze creëerden. Al moet het gezegd: in de voormalige school werden de glazen ruitjes witgekalkt om de leerlingen bij de les te houden. Dus veel was er van die transparantie toen niet meer te merken.
Van de Velde-geel
Ook het kleurenpalet valt op. Niet alleen in de gang, ook in de bibliotheek en het Stadsarchief zijn de muren zachtgeel. De oorspronkelijke kleurkeuze van Van de Velde werd gerespecteerd tijdens de renovatie van het gebouw (1997-1999). In die mate dat ‘Van de Velde -geel’ ondertussen zelfs een begrip geworden is in Leuven. En ook het in het oog springende terracotta-rood van de in 2019 vervangen bibliotheekvloer is geen toevallige keuze, het verwijst naar de kleur van de tegels die Van de Velde oorspronkelijk voorzag in de werkplaatsen van de school. Zelfs de kleuren van de Prouvé-stoelen (ontworpen in de jaren ’30) stroken met Van de Velde’s palet.
Spectaculaire loft van binnen, onopvallende gevels buiten?
De industriële sfeer van de technische school van Henry van de Velde is nog overal prominent aanwezig. Verhullende valse plafonds? No way – de ventilatiebuizen en verlichtingsrails zijn gewoon zichtbaar in Tweebronnen.
Eyecatcher in dit gebouw zijn natuurlijk de vele ramen met hun ritmische onderverdelingen. Zij laten het licht weldadig binnenstromen. Op een zonnige dag is het in de bibliotheek wonderlijk genieten van een fantastisch lijnenspel van licht en schaduw. Van de Velde ontwierp het gebouw zo dat via de (bijna volledig) beglaasde gevels van de binnenkoer de zon van ’s ochtends tot ’s avonds naar binnen schijnt. Geen fijnere werk- of studieplek dan deze architectuurparel!
Spel van licht en schaduw
In de bibliotheek versterken de vide en de twee binnenpatio’s nog het gevoel van ruimte. Zij fungeren als lichtschachten. Het overvloedige licht en de sobere transparantie van de ruimtevolumes creëren een modern loftgevoel. En dat voor een complex dat zo’n 80 jaar geleden voor het eerst in gebruik genomen werd! De prettige ruimte-ervaring wordt verklaard door het feit dat Henry van de Velde van binnenuit ontwierp. Hij ging eerst na wat de gebruikers nodig hadden, hoe de ruimte het best functioneerde en voegde pas daarna de buitengevels toe. Die zijn vaak sober, maar met veel aandacht voor ritmiek van volumes en lijnen. Tijdgenoten opperden soms smalend dat je Van de Velde’s werk niet in het straatbeeld kon herkennen omdat het zo onopvallend was.
De buitenkant
Dat geldt ook gedeeltelijk voor de Tweebronnensite. De ingang in de Diestsestraat 49 loop je zo voorbij. Dat achter dit smalle geveltje zich de beroemde Technische School van Henry van de Velde in Leuven bevindt, vermoedt geen mens.
De lange gevelpartij aan de Rijschoolstraat is anderzijds niet echt ‘onopvallend’ te noemen, als je de moeite neemt om even stil te staan. De verspringende volumes, het balkon op de eerste verdieping, de reusachtige raampartijen op de eerste en tweede verdieping… zij vangen de aandacht van de alerte kijker. En dat geldt zeker voor de opvallende Franse tegels, dezelfde die ook de gevel vooraan sieren. Een ideetje dat van de Velde ook al toepaste in zijn ontwerp voor het Belgisch paviljoen voor de wereldexpo van 1936.
De kracht van de lijn
Zowel in het interieur als aan de buitenkant van het gebouw zie je onmiddellijk dat het lijnenspel belangrijk is voor van de Velde. Volgens hem reflecteert een eenvoudige lijn de kracht van de natuurlijke elementen.
“La ligne est une force dont les activités sont pareilles à celles de toutes les forces élémentaires naturelles. .. La ligne emprunte sa force à l’énergie de celui qui l’a tracée.”
Wie is Henry van de Velde (1863-1957)?
Over Henry van de Velde kom je al iets meer te weten als je de houtskooltekening van naamgenoot Rinus Van de Velde in datzelfde Tweebronnencomplex bestudeert. Daarop beeldt Rinus zichzelf af als architect van de Velde aan de tekentafel. Aan zijn voeten staan maquettes van realisaties van van de Velde: de Gentse boekentoren is makkelijk te herkennen. De linkerkant van het doek zit vol verwijzingen naar van Gogh. Want van de Velde was kunstschilder van opleiding.
Fan van van Gogh
De legende wil dat van de Velde bij een bezoek aan Amsterdam zo onder de indruk was van het werk van van Gogh, dat hij het bijltje – of beter: het penseel – erbij neer gooide. Met van Gogh zou hij zich immers nooit kunnen meten. Dat zou de reden zijn waarom van de Velde de overstap maakte naar de toegepaste kunsten, de architectuur, het meubelontwerp en het interieurdesign. In werkelijkheid vond hij de schilderkunst te elitair en wilde hij kunst, ambacht en industriële productie met elkaar verbinden. Op die manier zou ook de gewone mens in zijn dagelijkse leven van schoonheid kunnen genieten.
Art nouveau
Van de Velde was een Belgisch multi-talent. Hij wordt vaak geassocieerd met de art nouveau. Niet ten onterechte. Rond 1900 was hij samen met Victor Horta en Paul Hankar één van de bekendste vertegenwoordigers van deze stroming. Hij tekende in die periode talloze interieurs, meubels, gebruiksvoorwerpen met golvende lijnen en plantaardige motieven.
Grondlegger voor Bauhaus
Maar wie het pittoreske Weimar al bezocht, weet dat Henry van de Velde in Duitsland grote naam en faam heeft omdat hij aan de basis ligt van de Bauhausbeweging (1919). In zijn kunstnijverheidsschool in Weimar ontstond deze zakelijke stijl met de typische rechte lijnen, soberheid en aandacht voor het functionele. Een trip naar Weimar is absoluut de moeite – bezoek daar zeker ook van de Velde’s eigen huis ‘ Hohe Pappeln’ waarin de ruimteverdeling afgestemd is op de stand van de zon. En waarvoor hij opnieuw alle details uitwerkte: van meubilair over behang en deurklinken tot zelfs de stof voor de jurken van zijn vrouw en dochters!
Geen sant in eigen land
Door de eerste Wereldoorlog moet ‘buitenlander’ van de Velde Duitsland verlaten, maar in België is hij na zijn verblijf in het land van de bezetter evenmin welkom. Hij werkt dan in Nederland voor het rijke echtpaar Kröller-Müller – juist ja, die van het museum en het excentrieke Jachthuis. Uiteindelijk kan hij terugkeren naar België, wordt prof aan de Gentse universiteit en -na wat geruzie- directeur van La Cambre (“Institut Supérieur des Arts Décoratifs”) in Brussel. Van de Velde ontwerpt nog een aantal privé-woningen, tekent het interieur voor yachten en treinwagons, werkt aan eigenzinnige projecten zoals een autostrade naar Zwitserland en tekent samen met Jean-Jules Eggericx en Raphaël Verwilghen het verbluffende Belgische paviljoen voor de wereldexpo in Parijs in 1937. Daarna ontwerpt hij ook nog het Belgisch paviljoen voor de Wereldtentoonstelling van 1939 in New York dat nu ergens in Oregon staat te verkommeren.
Boekentoren in Gent, Technische School in Leuven
Het is ook in die periode dat de Gentse universiteit van de Velde vraagt om een bibliothekencomplex (de latere ‘Boekentoren’) te ontwerpen evenals een gebouw voor het Hoger Instituut voor Kunstgeschiedenis en Oudheidkunde. In 1935 ondertekent hij het contract voor de bouw van een Stedelijke Technische School in Leuven. Van de Velde maakt de schetsen en Leuvens architect Vital Rosseels volgt de werf mee op. De Technische School wordt het laatste bouwwerk van van de Velde in België. Ondanks internationale bekendheid en appreciatie, is Henry van de Velde geen sant in eigen land. Hij wordt verdacht van collaboratie tijdens de Tweede Wereldoorlog en verhuist tenslotte vrijwillig naar Zwitserland, waar hij nog uitgebreide mémoires schrijft en overlijdt in 1957.
Stedelijke Technische School of ‘het RITO’
Maar terug naar de Technische School van Van de Velde in Leuven. De school werd in gebruik genomen tijdens de oorlog (1941) en de laatste leerling trok de deur dicht achter zich dicht in 1985, omdat de onderwijsinstelling toen verhuisde naar Campus Redingenhof aan de stadsrand. De originele plannen van de Technische School zijn nog te bewonderen in het Leuvense Stadsarchief. Van de Velde ontwierp ook stoelen en ander meubilair voor de school, maar het is onduidelijk of deze ooit gerealiseerd zijn en -indien dit zo is- waar het meubilair dan wel gebleven is.
Verhalen over het leven in de Technische School
Naast het fysieke gebouw is er ook het immateriële erfgoed: de vele verhalen over het schoolleven in de school die de meeste Leuvenaars het RITO noemen, het Rijksinstituut voor Technisch Onderwijs. Zo konden Leuvenaars bijvoorbeeld gratis hun auto laten herstellen in de ateliers automechanica aan de Rijschoolstraat. Of de auto’s daarna ook nog reden? Geen idee;). Sommige oud-leerlingen hadden een kille indruk van het gebouw. Misschien creëerden de duizenden glanzende tegels gecombineerd met de sobere strakke lijnen die klinische sfeer?
Ondertussen doen de Bib Leuven, het Stadsarchief en de Leuvense Erfgoedcel een oproep naar oud-leerlingen en -leerkrachten om foto’s en verhalen te delen via bibliotheek@leuven.be, zodat ook dit schoolleven gedocumenteerd en bewaard kan blijven.
Het verval (1986-1997) en de verbouwing (1997-1999) van de Technische School van Henry van de Velde
Vanaf 1986 stond de voormalige Technische School dus leeg. En er gebeurde wat er dan meestal gebeurt: ongedierte, verval, diefstal, vandalisme namen de overhand. Bovendien bleek het ‘oorlogsbeton’ uit de jaren veertig niet echt bestand tegen de tijd. Het gebouw was rijp voor de sloop. Weinigen zagen of kenden nog de eigenlijke waarde van het gebouw.
Gelukkig was er een groep architecten rond prof. Luc Verpoest die zich inzette om van de Velde’s laatste bouwwerk van de sloop te redden. En ook internationaal kwam er protest tegen het neerhalen van het vervallen complex. Uiteindelijk besloot de stad Leuven het gebouw te renoveren, ook al bleek de renovatie bijna een volledige wederopbouw te worden. Architect Georges Baines leidde de reconstructie (op basis van de originele plannen) en paste het gebouw aan voor de nieuwe functie (bibliotheek en archief). Er kwam een nieuw, steviger betonskelet, de schuifwanden verdwenen, een café-ruimte werd toegevoegd, enzovoort.
Alle nieuwe elementen kan je nu nog duidelijk onderscheiden van het oude gebouw. Ze kregen een grijze kleur. Kijk maar naar de ramen en het grijze volume van het café van de Velde op de binnenkoer.
Decor voor “Rosas danst Rosas” in 1997
Van de Leuvense choreografe Anne Teresa De Keersmaeker wordt gezegd dat ze ‘iets heeft’ met het werk van kunstenaar-architect Henry van de Velde. Hoppla, een film van Wolfgang Kolb naar haar choreografie Mikrokosmos (1989), speelt zich af in de Gentse Boekentoren. En ook voor de verfilming van het iconische “Rosas danst Rosas” koos De Keersmaeker een gebouw van van de Velde als decor nl. de verlatenTechnische School in Leuven. De voorstelling dateert uit 1983 maar werd in 1997 door Thierry Demey op pellicule vastgelegd. De film is een absolute aanrader als je het gebouw wil zien tijdens de periode van leegstand, net voor de renovatie.
Promo door Beyoncé in 2011
“Rosas danst Rosas” én het van de Veldegebouw werden even wereldnieuws in 2011. Toen bleek namelijk dat Beyoncé voor haar clip van de song ‘Countdown’ wel héél erg geïnspireerd raakte door de choreografie van De Keersmaeker. En door de verfilming van Thierry Demey. Haar clip was een ‘hommage’ aan het werk van De Keersmaeker , dixit Beyoncé – zonder verwijzing dan wel. In een mum van tijd gingen de beelden de wereld rond. Seven seconds of fame voor De Keersmaeker en voor de Technische School van Henry van de Velde. Hoe het afliep? Beyoncé herwerkte de clip achteraf en haalde alle verwijzingen naar De Keersmaeker eruit.
Cultuursite Tweebronnen
Sinds 2000 zijn de Bib Leuven en het Stadsarchief de nieuwe (hoofd)bewoners van de vroegere Technische School. De site kreeg in 2000 de naam Tweebronnen. Zo heette in de 16de eeuw de vlakbij gelegen woning van de Spaanse humanist Juan Luis Vives (1493-1540) al. De reden? In zijn tuin ontsproten er twee (echte) bronnen. Hij gebruikte ze bovendien in zijn leerboeken als beeld voor het Grieks en het Latijn, de twee bronnen waaruit humanisten-in-spe kennis konden putten. Ook de Bib Leuven en het Stadsarchief zijn twee onuitputtelijke bronnen van kennis en wijsheid.
600 jaar Wittevrouwenklooster
De huidige functie van de plek sluit ook aan bij de historische. Van de 13de tot eind 19de eeuw bloeide op deze locatie namelijk het Wittevrouwenklooster. De religieuzen zorgden voor onderwijs en opleiding en kunst en cultuur floreerden in de veilige en voorspoedige context van het klooster gelegen op het kruispunt van de ‘hoge’ en de ‘lage’ stad.
Tweebronnen
Ook nu nog verbindt het Tweebronnencomplex twee stadsdelen, het is letterlijk een doorgang van de Diestse- naar de Rijschoolstraat. De voormalige speelplaats van de Technische School van Henry Van de Velde is een publiek plein geworden, waar mensen elkaar ontmoeten bij het café of genieten van cultuur en kunst. Aan de Rijschoolstraat bevindt zich een tentoonstellingsruimte voor Leuvens talent. In en rond de bib zijn er minstens drie street art werken te ontdekken. Diezelfde bibliotheek evolueerde ondertussen van louter kennismagazijn naar huiskamer van de stad. Waar het aangenaam toeven is. En waar bezoekers elkaar kunnen ontmoeten, kennis kunnen delen, inspiratie opdoen.
In dit geweldige modernistische pand is het zalig om te genieten van het rijke aanbod aan cultuur en kunst. Helemaal in de geest van Henry van de Veldes humanistische moderne architectuur.
Graag dit gebouw bezoeken? Laat het me weten, ik geef je met plezier een rondleiding!
Ook leuk om te lezen:
- Henry van de Velde en Rinus Van de Velde in Tweebronnen te Leuven
- Een bijzonder staaltje modernistische architectuur van Huib Hoste
- De school met de mooiste art nouveau wintertuin in België
- Het excentrieke Sint Hubertus Jachthuis
- Binnengluren in het stadspaleisje van baron Solvay
- Villa Michiels in Overijse en Côte d’or.
- Diamant Palace in St.-Gillis: vervlogen glitter en glamour
Leuven is toch wel een stad met heel veel gezichten.
Klopt, qua historische bouwstijlen vooral gotiek, maar toch ook een enkel modernistisch gebouw, zoals Tweebronnen.
Verbluffend. Ik hoop stellig er ooit een bezoek te brengen!
Laat me dan iets weten, dan leid ik je rond!
Amai, superinteressant om te lezen dit! Ik gebruikte dit gebouw als voorbeeld voor art deco in Leuven, voor de Esthetica-les op de hogeschool, maar heb er toen nooit zoveel info over gevonden en het was ook geen bijster goed voorbeeld gezien de buitengevel eigenlijk onopvallend is. Mijn prof was er allezins niet wild over :-). Over de binnenkant heb ik trouwens nooit nagedacht, nooit bij stilgestaan ook dat die zo aansluit bij de buitenkant! De boeken moeten me afgeleid hebben 🙂 Wel heel spijtig van de glazen wanden. Die maakten het precies wel “af”.
Het is zo’n uniek gebouw langs binnen ook ! Absoluut een gebouw met een verhaal!
Een tijdlang was het ’t enige gebouw in het centrum met een openbare WC-met-capaciteit. Ideaal als ik groepen rond te leiden had… Duitsers herkennen die Bauhaus-stijl meteen en Van De Velde wordt door hen méér gewaardeerd dan bij ons. Dit is een wel héél volledige reportage – bedankt!
Er valt zo veel over Van de Velde te vertellen. En inderdaad, in Duitsland wordt hij bijna vereerd als een (architectuur)god :)!
Zeer informatief verslag. Gelieve wel de legenda van de Boekentoren aan te passen. “sinds 1912 in restauratie” moet uiteraard sinds 2012 zijn en opening in 2022 (ipv 1922).
Klopt! Bedankt voor het signaleren van de tikfout !