Diamant Palace in St.-Gillis: vervlogen glitter en glamour

Verborgen architectuurparels die getuigen van een glorieus verleden. Er zijn er zo veel. Soms zelfs vlak onder onze neus. Zoals bijvoorbeeld in Brussel. Daar ontdekten we vorige week met Korei Guided Tours  één van de wonderlijkste feestzaalcomplexen ooit: het Aegidium aka Diamant Palace in Sint-Gillis. Bref: het mooiste spiegelpaleis van Brussel. In het begin van de 20ste eeuw dan toch. Nu wacht het Aegidium op een eerherstel dat er misschien spoedig of misschien nooit écht aankomt. Ik neem je alvast mee op een visuele reis langs de betoverende vergane glorie van dit voormalige theater- en bioscoopgebouw. 

Sint-Gillis

We arriveren op ‘Parvis Saint-Gilles’, het Voorplein van de kerk van Sint-Gillis. Een marktplein in hartje Brussel, bij het Zuidstation. De marktkramers ruimen net op, het plein wordt opnieuw ingepalmd door cafés en terrassen – ik werp al een geïnteresseerde blik opzij naar de prachtige modernistische Brasserie Verschueren en naar het Maison du Peuple terwijl we koers zetten naar een statig eclectisch gebouw  op nummer 18.

Begin 19de eeuw was deze Brusselse wijk nog een landelijke gemeente, maar in de tweede helft van dezelfde eeuw breidde de bevolking enorm uit. Van – zeg maar- 6000 inwoners tot zo’n 64.000 zielen in het begin van de 20ste eeuw.  Zelfs meer dan vandaag dus. Door de aanleg van de Avenue Louise met haar zijstraten,  nam de bebouwing ten noordwesten van die Louizalaan, in Sint-Gillis, ook toe. In de tweede helft van de 19de eeuw kwam er een stedenbouwkundig plan, met een nieuwe, anders georiënteerde kerk  en rond het voorplein werd er duchtig geïnvesteerd in nieuwbouw.

Rood nest

In tegenstelling tot de buurt rond de Louizalaan was Sint-Gillis een  arbeidersgemeente. Door de komst van het Zuidstation in 1935 vestigde zich ook heel wat industrie in de buurt. De rest is geschiedenis.

Sint-Gilles stond al in het begin van de 20ste eeuw bekend als  een bekend ‘rood nest’ en in 1905 bouwde men op ‘de Parvis’ niet toevallig een socialistisch Volkshuis/Maison du Peuple. Dat werd het knooppunt van de socialistische activiteiten in Sint-Gillis met een café, een vergaderzaal en een winkel. Samengevat: zoals de meeste Volkshuizen was Maison du Peuple een ontmoetingsplek voor iedereen die lid was van de Belgische Arbeiderspartij. Leuk weetje: zelfs Lenin himself kwam er in 1914 speechen!

Spektakelzaal

Nogal wat ondernemers zagen wel brood – en vooral centen-  in die bevolkingstoename van Sint Gilles rond de eeuwwisseling. Dat was ook het geval voor Léon Bejay-Dejonghe, een ondernemer en handelaar in tabak. Hij investeerde in enkele opbrengsthuizen aan ‘de Parvis’. Middenin het woonblok vond hij  nog ruimte  voor een  feestzalencomplex met café en variété-theaterzalen als een achterbouw bij nummer 16 en 18. En zo startte in 1905 de bouw van het ‘Egidium’ – genoemd naar patroonheilige Egidius van Sint-Gillis/Saint-Gilles. Architect Guillaume Segers tekende de plannen.

Het ensemble van opbrengsthuizen nr 16 en 18 op het Voorplein van Sint Gilles met rechts de ingang naar het Aegidium.

Bewogen geschiedenis van het Egidium

Met enige vertraging werd het gebouw ingehuldigd in 1906 en het werd dé place-to-be voor een grandioos avondje-uit in die tijd. Enkele jaren later kreeg het glamoureuze mekka van het Brusselse nachtleven de naam ‘Diamant Palace’, dankzij de spectaculaire spiegels en 5000 lampjes die het hele interieur sierden. Tel daar nog de schitterende Moorse zaal bij die in 1913 werd toegevoegd en de naam en faam van de spektakelzaal was gevestigd: voor verbluffende revues, variété-theaterstukken, bals en evenementen moest je tijdens de belle époque  naar ‘le Diamant Palace’.

Ongelooflijk, maar op de muur nog de oproep, ondertekend door de eigenaar dat het pand op 20 oktober 1906 zal openen en dat de werklui zich dus moeten reppen. (Zonder resultaat: uiteindelijk opende het complex pas in november.)

Na het overlijden van de eigenaar maakte het complex een bewogen geschiedenis door.  Eerst werd het een dansgelegenheid onder de naam ‘Panthéon- Palace’. Later kocht de parochie het aan voor recepties en parochie-activiteiten. Er werden bijgebouwen toegevoegd en het pand kreeg de naam ‘Aegidium’ – nu nog altijd de officiële naam. In 1933 renoveerde en moderniseerde architect Léon Denis het complex: de tijd van de ‘roaring’ revues was voorbij, een bioscoop moest het geheel moderner maken. (In het Volkshuis ertegenover was er al een wijkbioscoop sinds 1918.)

Het verval

Na de Tweede Wereldoorlog verouderde het gebouw en verloor het zijn functie. Het werd tijdelijk een bankkantoor, bibliotheek, ziekenfonds- en vakbondslokaal tot het uiteindelijk leeg kwam te staan. Vanaf 1978  was de benedenverdieping een privé-dagcentrum voor senioren, het publiek had geen toegang meer tot de feestzalen van het flamboyante Diamant Palace en het ‘respectabelere’ Aegidium op de verdieping in de achterbouw.  In 1985 was het gebouw zo afgetakeld dat het de deuren moest sluiten.

Herbestemming

21 jaar later, in 2006, werd de zaal geklasseerd als monument en startte de zoektocht naar een nieuwe bestemming.  Eind 2017 vond het gebouw nieuwe eigenaars : Cohabs en Alphastone, nadat een vorige investeerder afhaakte. De restauratiekosten, die toen ongeveer dubbel zo hoog geraamd waren als de verkoopprijs, zijn ondertussen verdriedubbeld. De nieuwe eigenaars willen het complex stap voor stap renoveren en er een bar, een restaurant, cohousing-,  coworkingruimtes en een evenementenzaal in onder brengen.

Ondertussen is de  benedenverdieping van het complex op nr 16-18, die oorspronkelijk bedoeld was voor kleinhandel (zoals overal op het plein) al omgetoverd tot café Flora (2019). De appartementen op de verdiepingen erboven zijn ook gerestaureerd en in gebruik genomen. Blijft alleen nog het evenementencomplex in de achterbouw – een bestoft juweel uit vervlogen tijden.

Interieurbezoek Diamant Palace

Een onopvallende deur die een pracht van een interieur verbergt!

Hoe ziet het ooit zo schitterende feestzalencomplex er vandaag uit? De voorgevel van de panden nummer 16 en 18  is vrij onopvallend in de rij van neoclassicistische gevels op het plein.  Maar zo gauw we over de groezelige drempel van huis nummer 18 stappen, is het duidelijk dat dit een heel bijzonder gebouw moet zijn geweest.  We betreden de diepe lange hal en scannen vloer en plafond. Op de muren is het pleisterwerk afgepeld tot op de eerste lagen uit 1905-1906 en er hangt nog een heel duidelijk aanplakbiljet uit 1906: een aanmaning van de eigenaar aan de aannemers om de werken snel te laten vooruitgaan. Maar het meest opvallend is de zoldering vol spiegelvlakken.

Bloemmotieven op de vloer in de inkomhal
Stucwerk lambrisering en een plafond vol spiegels

Spectaculaire entrée

De spiegels in de hal werden pas in 2010 ontdekt. De combinatie van deze unieke reflecterende zoldering en de massa elektrische gloeilampen moet de entrée in het Diamant Palace indrukwekkend gemaakt hebben.  In een zee van licht betraden de gasten dit supermodern theater – in 1906 was dit juweeltje al helemaal voorzien van elektriciteit – een unicum in die tijd.

Als we verder doorlopen, merken we nog flarden van het oorspronkelijke behang  tegen de zoldering van een lichtkoepel waaruit het glas allang verdwenen is.

Behangpapierprint uit 1906 met de afbeeldingen van muziekinstrumenten die verwijzen naar de functie van de evenementenhal.

Ontvangst in de ‘Jardin d’hiver’

Mijn mond valt open als we vanuit de hal de ontvangstruimte/vestiaire/café/ wintertuin betreden.  Een art-nouveau/art-deco spiegelpaleis ontvouwt zich, met fantastische keramieken wandtableaus die taferelen uitbeelden met prachtige bloemen en exotische vogels. De plafondgewelven zijn afgewerkt met charmante witte ‘metrotegels’ en omzoomd met dezelfde kleurige keramiekschilderijen als de wanden. Ik kan me perfect inbeelden hoe adembenemend dit belle époque-interieur moet geweest zijn voor de gasten. Hier binnenkomen en een drankje nuttigen tussen de palmen… ik zie het helemaal zitten!

Diamant Palace
art-nouveaulambrisering met keramiektableau’s met landelijke scénes (door firma Céléstin Helman).

een gewelfd plafond met ‘metro’-tegels en boord van prachtige bloementableaus

Diamant Palace

Rooksalon

Naast de wintertuin geeft een reeks nog authentieke art nouveau- deuren uit op het rooksalon. Waren hier ook dames toegelaten in de roaring twenties? Kortgekapt , met charlestonjurken, in hun hand één van die lange sierlijke sigarettenhouders? Of was het een herenclub? Van het salon, met parketvloer, blijft niet zo veel meer over. Met wat bijlichten ontdekken we wel het verfijnde stucwerk.

Diamant Palace
de authentieke deuren tussen rooksalon en ontvangstruimte

Twee verdiepingen en 4500 vierkante meter

Het Aegidium is een uitgebreide achterbouw van 4500 vierkante meter die twee verdiepingen in beslag neemt. Op de benedenverdieping was er de fantastische wintertuin-ontvangstruimte met daarnaast het rooksalon. Een majestueuze marmeren trap leidt naar de verdieping erboven met de twee grote evenementenzalen: een feestzaal in Moorse stijl en een veelhoekige danszaal (Lodewijk XV-zaal). Het hoge stucwerkplafond van deze laatste is jammer genoeg helemaal verknoeid door een betonnen vals plafond uit de fifties.

Diamant Palace
Tussen ontvangstruimte en rooksalon: de trap

Staatsietrap

We zagen hem al van veraf, maar van dichtbij oogt hij nog indrukwekkender. De marmeren staatsietrap die naar de feestzalen leidt. Daarop kan je toch alleen maar naar boven SCHRIJDEN ? Het licht valt rijkelijk binnen in de traphal door een ovalen koepel, als een soort medaillon boven ons hoofd.  De bloemen van de keramieken wandtableaus komen terug in de florale motieven op de vloer en de roze marmeren lambrisering heeft nog niets van zijn uitstraling verloren. Het uitzinnige decoratieve stucwerk met medaillons, slingers en engeltjes daarentegen heeft minder goed de tand des tijds doorstaan. Alhoewel, als je de bewogen geschiedenis van het pand hoort, dan ben je verrast over de relatief goede toestand waarin je dit juweeltje nog kan terugvinden. En dat na meer dan honderd jaar.

Diamant Palace

Diamant Palace

Diamant Palace

Diamant Palace

Moorse zaal

Het pronkstuk van het complex is de theaterzaal in Moorse stijl. Die is zo goed als uniek in  België. Hij toont, net als de keramiekschilderijen van papegaaien en pauwen op de gelijkvloerse verdieping, aan hoeveel aantrekkingskracht het ‘exotische’ had in het begin van de twintigste eeuw. In een tijd waarin reizen niet zo evident was als nu, kwam het publiek in contact met de Moorse cultuur en kon het wegdromen in verhalen van duizend-en-één-nacht.

Het is er aardedonker nu,  een enkele spot verlicht het geheel. En dat terwijl vroeger het hele cassetteplafond oplichtte als een sterrenhemel dankzij honderden lampjes. De kleuren zijn vrij egaal, heel anders dan in zijn oorspronkelijke toestand toen de theaterzaal schitterde in felle primaire kleuren. Jammer.

Diamant Palace

Diamant Palace

Diamant Palace

Lodewijk XV-zaal

Weer een andere interieurstijl vinden we in de veelhoekige balzaal aan de andere kant van de trap. Het licht valt rijkelijk binnen langs de ramen en wordt nog rijkelijker weerspiegeld langs de wanden. Daar prijken op maat gemaakte spiegels die in het overdadig versierde stucwerk ingewerkt zijn.  Neorococo.

Dé aandachtstrekker is echter de schitterende, kamerbrede toegangsdeur. Vanuit elke gezichtshoek: een plaatje!

Diamant Palace

Diamant Palace

Diamant Palace

En daarmee eindigt ons bezoek aan het vroegere Diamant Palace in Sint-Gillis, een fenomenaal stuk erfgoed dat ondanks het verval en de vermenging van stijlen nog altijd ontzettend veel grandeur en klasse uitstraalt. Hopelijk komt er schot in de plannen om van deze site terug een culturele ontmoetingsplaats voor het grote publiek te maken. Met respect voor de eigenheid van dit unieke pand. Wordt vervolgd?

Diamant Palace

Diamant Palace

Ook dit pand bezoeken? Check de websites van Korei Guided Tours en Arkadia (weekend van 16-17 september 2023 is openmonumentenweekend in Brussel).

Ook leuk om te lezen: 

11 thoughts on “Diamant Palace in St.-Gillis: vervlogen glitter en glamour

  1. Waw, dat moet echt een schitterend gebouw geweest zijn in volle glorie, dat merk je zelfs nu nog. Hopelijk kunnen ze snel verder met de renovatie en restauratie, zonde dat dit zo lang stond te verkommeren

  2. Waarschijnlijk alleen via Korei… vermoed ik, maar dat ijkt me een mooie organisatie om meer verborgen parels te ontdekken…

    1. Jammer maar begrijpelijkerwijs niet publiek toegankelijk, er is nog zo veel authentieke decoratie aanwezig. Wij konden bij Korei nog een plaatsje in een gegidste toer bemachtigen. Arkadia doet er ook soms rondleidingen. Ze verwachten dat het de laatste zijn, omdat de renovatie nu snel zou starten. Maar dat wordt al een aantal jaren gezegd…Vele groeten en een fijne zondag nog!

Altijd fijn om je reactie te lezen: