Een rondleiding in het excentrieke Jachthuis Sint Hubertus

Een jachthuis- wie kan (en wil) zich dat vandaag de dag nog veroorloven? Misschien een blokhut in het bos? Of een chalet? Maar de merkwaardige villa-met-uitkijktoren die de Kröller-Müllers in het Park de Hoge Veluwe lieten bouwen, die is van een heel ander kaliber. Het is één van de belangrijkste erfgoedgebouwen van Nederland. Van de hand van architect Berlage. Afgewerkt door Henry van de Velde. Wij boekten onmiddellijk bij aankomst in de Veluwe een rondleiding in het beroemde Jachthuis Sint Hubertus. Het bevreemdende exterieur verbergt een al even bizar interieur. Dat overigens uitstekend bewaard is!

rondleiding jachthuis sint hubertus kröller-müller

Het begin van het Jachthuis

Rond 1915 kreeg architect Berlage de opdracht om een jachthuis te bouwen voor het steenrijke zakenkoppel Kröller-Müller. Ze droomden van een ‘country house’ op hun landgoed te Hoenderloo ( Hoge Veluwe). Met een toren voor een weids panorama. Hoofdbedoeling was om gasten te ontvangen. En te imponeren ook, natuurlijk.

Zowel Anton als Helene waren fervente jagers. Anton importeerde dus herten uit Duitsland en Polen om zijn domein van 6000 ha te bevolken. En experimenteerde met kangoeroes en moeflons. Om het landgoed te begrenzen en te vermijden dat wolven met zijn wild aan de haal gingen, bestelde meneer Kröller vlotweg 50 kilometer stalen afsluiting.

De architect: Hendrikus Peter Berlage (en een ietsepietsie van de Velde)

Architect Berlage kon zich helemaal laten gaan voor het Sint Hubertus Jachthuis: het ontwerp van het gebouw, én van het interieur (meubilair, deurklinken, bestek, tegels,…) mocht hij helemaal naar zijn hand zetten. Zelfs de tuin en de reusachtige waterpartij met brug ontwierp hij. Berlage wist wat hij wou: alles moest met alles samenhangen en het geheel zou één totaalkunstwerk vormen.

Jammer genoeg voor Berlage hadden zijn opdrachtgevers daar soms een andere mening over. Zo had mevrouw Müller (die zichzelf een ‘Baumensch’ noemde) ook uitgesproken ideeën. Uiteindelijk liepen de meningsverschillen zo hoog op dat Berlage er de brui aan gaf. En Belgisch icoon Henry van de Velde mocht de laatste loodjes afwerken. Van de Velde zou later ook het museumgebouw voor de Kröller-Müller-kunstcollectie ontwerpen. In 1920 was het buitenhuisje klaar. Ondertussen is het al 100 jaar oud!

Eerste indruk bij ons bezoek

Wat een vreemd gebouw is dit! De buitenkant maakt een sombere en donkere indruk op me. En die toren! Hoe merkwaardig. Ik dacht eerst dat er een kerk tussen de bomen schuilging. Later las ik dat dit een typisch kenmerk is van Berlage’s stijl…Maar prachtig weerkaatst het buitenhuis in de uitgestrekte vijver. En de originele geometrische vormen en motieven maken me super-benieuwd naar het interieur! De voordeur geeft al een beetje van de stijlgeheimen van het huis weg.

De voordeur – een opmerkelijke blikvanger!

Rondleiding in het Jachthuis Sint Hubertus

We krijgen met een klein groepje uitleg van een gedreven gids. En mogen een vijftal ruimtes zien in het huis. Ik hoor dat er regelmatig thema-bezoeken zijn. Waarbij je telkens andere ruimtes van het buitenhuis kan ontdekken, zoals de biljartkamer of de badkamers of de toren. Klinkt interessant! Maar nu snel naar binnen!

Sombere maar kunstzinnige hal

In de hal is het even wennen aan het donker. De kleurige geel-groen-blauwe glasramen maken direct duidelijk waarom dit jachthuis ‘Sint Hubertus’ heet. Het verhaal van de heilige maakte zo’n grote indruk op Helen Kröller-Müller dat je overal in huis verwijzingen ernaar vindt. Zelfs het grondplan van het huis heeft de vorm van een gewei met kruis !

Overal om me heen ontdek ik kunst en kunstzinnigheid: sculpturen, schilderijen, aardewerk, designmeubels. Vooral het spel met de gekleurde tegeltjes valt op. Op de vloer, tegen het plafond. Evenals het bijzondere metselwerk. Voor mij iets te overdadig. Al kan ik de mooie art deco lampen zeker waarderen. En imponeren zal deze entrée zeker gedaan hebben!

rondleiding jachthuis sint hubertus kröller-müller
het verhaal van Sint Hubertus in glasramen van Arthur Henning (jaren ’20 )

rondleiding jachthuis sint hubertus kröller-müller

De andere ruimtes: eetkamer, rookkamer, theekamer, studeerkamer

We schuifelen voorzichtig -stel je voor dat je zo’n kunstzinnige vaas omstoot- verder naar de eetzaal. Die bevindt zich centraal in het gebouw. Aan weerszijden zijn er halfronde vertrekken (rookkamer en theekamer) en ervoor is er een terras met veranda’s, uitkijkend over de vijver. De vleugel aan de ene kant van de hal omvat de vertrekken van Anton Kröller, en symmetrisch, aan de andere kant, is er de vleugel van mevrouw. Ieder met zijn eigen kleurenpalet. Luxe.

Eetzaal

In de eetzaal verbaast het gemetste cassetteplafond me. De opvallende kleuren hebben een eigen symboliek. Ze verwijzen naar de hemel met de ondergaande zon.

De ruimte is veel drukker en ‘gezochter’ dan ik zou verwachten van een tijdgenoot van van de Velde. Alles is wel mi-nu-tieus op elkaar afgestemd. Van vloer tot plafond, van meubilair tot decoratie en gebruiksvoorwerpen. Bij het ontwerp van het vloerpatroon is zelfs rekening gehouden met de plaats van de kasten. O wee dus als je hier ander meubilair zou plaatsen.

En overal tegels en geglazuurde bakstenen. Het favoriete materiaal van Berlage. Klein detail: de 26.000 groene glazen vloertegeltjes werden bij de restauratie in 2014 één voor één verwijderd en daarna teruggelegd! Om gek van te worden, toch? Slechts 400 moesten er vervangen worden. Die moesten ze dus via de oude procedés opnieuw produceren. Uit alles in dit huis blijkt dat de Kröller-Müllers in hun glorietijd in elk geval goed in de slappe was zaten!

rondleiding jachthuis sint hubertus kröller-müller

Speciaal voor dit buitenhuis gemaakt,deze wonderlijke tegeltjes van geperst glas! (Gerestaureerd in 2014)

Bibliotheek/rookkamer van meneer Kröller-Müller

De halfronde rookkamer heeft ondanks het drukke interieur nog wel iets gezelligs. Met de boeken en de knusse gestreepte zitbanken. Ik laat me vertellen dat het motief van de bekleding zou verwijzen naar de typische streepjes van everzwijn-biggetjes. Mijn fantasie slaat al op hol: die arme biggetjes, nagejaagd door het echtpaar Kröller-Müller en zijn gasten…

rondleiding jachthuis sint hubertus kröller-müller
rookkamer en bibliotheek

Thee- en studeerkamer van Helene Kröller-Müller

Parallel met de rookkamer is er de ronde theekamer van mevrouw. Check het plafond: veel gelijkenissen, maar toch andere kleuren. Jammer dat het licht niet vrij mag binnenvallen. En dat we van binnenuit het zicht op de tuin en het water niet kunnen bewonderen. Maar dat zal te maken hebben met de kostbare kunststukken, zeker?

Daarna komen we in een volgende pronkruimte. De studeerkamer van Helene Kröller-Müller. Het opvallende spel met de gekleurde steentjes op muur en vloer wordt stilaan vertrouwd. Door de lichtere kleuren oogt de kamer ruim en frisser, vind ik. Het donkere meubilair steekt mooi af. Het meeste is ontworpen door van de Velde en is duidelijk sierlijker en minder robuust dan Berlage’s ontwerpen. En dan de schattige theeserviesjes ! Naast een geel Chinees theeservies, spot ik nog prachtige creaties van Henry van de Velde.

rondleiding jachthuis sint hubertus kröller-müller

rondleiding jachthuis sint hubertus kröller-müller
symmetrisch met de ronde rookkamer: de theekamer voor de dame
rondleiding jachthuis sint hubertus kröller-müller
de studeerkamer van Helene
prachtige
servies van Henry van de Velde

Hoe Helene Kröller-Müller eruitzag, kan ik afleiden uit haar portret. Zij moet een markante persoonlijkheid geweest zijn. Streng en veeleisend. Ze sprak ook nooit rechtstreeks met het lager personeel. Maar dat gold niet alleen voor haar. Andere tijden, andere zeden.

Helene was wel enorm weetgierig en gefascineerd door architectuur en kunst. Tel daarbij een goedgevulde geldbeugel. En van het resultaat kunnen we nu nog altijd genieten. In het Kröller-Müller Museum én in het Jachthuis.

rondleiding jachthuis sint hubertus kröller-müller

Moderne snufjes

In 1920 was het huis toch wel erg ‘hip’ en vooruitstrevend. Er was een elektrische personenlift – die werkt nog altijd trouwens. Er waren centrale verwarming, een centraal stofzuigersysteem, doordacht geplaatste stopcontacten, de elektrische klokken werden centraal aangestuurd, er was een eigen stroomgenerator,. en meneer Kröller hield zijn sigaren op temperatuur in een ‘humidor’. Leuk om te zien is ook hoe de ramen naar beneden schuiven en in de grond zakken. Eenvoud en functionaliteit waren belangrijk voor Berlage. Maar qua decoratie en materiaalkeuze heeft hij zich in het Jachthuis toch eens goed laten gaan!

Hoe het verder ging met het Jachthuis en zijn bewoners

In de jaren twintig en dertig gingen de zaken slecht voor het echtpaar Kröller-Müller. Ze verkochten het landgoed aan een stichting in 1935. Maar mochten er wel blijven wonen. Na Helene’s dood in 1938 trok Anton zich meestal terug in zijn kantoor in de kelder. Hij had het moeilijk met het bezoek dat hij moest toelaten op zijn domein.

Later werd de Nederlandse Staat eigenaar. In de jaren 50 van de twintigste eeuw gingen er zelfs regelmatig Nederlandse ministers op vakantie met hun gezin! Nu is het Jachthuis Sint Hubertus erkend als monument en erfgoed. Enkele jaren geleden werd het gerestaureerd.

En fiets je ooit fluks op de witte fietsen door het prachtige natuurgebied van het Nationaal Park de Hoge Veluwe, vergeet dan niet een ommetje te maken langs de vijver. En een blik te werpen op het gigantische Jachthuis dat zichzelf spiegelt in het water.

    1. Dankje 😊. Een intrigerend buitenhuis! Ik had de andere kamers ook wel willen zien. En het park is prachtig om te fietsen. Je moet er wel entréegeld voor betalen. Gebeurt niet zo vaak voor een natuurpark.

Altijd fijn om je reactie te lezen: