Eerste keer Noorwegen? Nuttige tips en weetjes!

Noorwegen, het land van Peer Gynt, De Schreeuw,  Vikingen en trollen… daar trokken we dit jaar voor het eerst naartoe. We genoten van een fantastische roadtrip vanuit Oslo naar het oosten, westen en zuidwesten.  Een tocht van 12 dagen… veel te kort voor dit gigantische land! Maar ideaal om in de schoonheid van de natuur het verdriet van de afgelopen periode te verwerken en tot rust te komen. Voor ik start met onze belevenissen in het toendra-achtige landschap van Rondane en Dovrefjell of de adembenemende vergezichten in de Westfjorden eerst wat nuttige tips en weetjes over het thuisland van de ‘friluftsliv’.

1.In Noorwegen is alles ver

Helemaal waar, zeker voor Belgen – die, als ze 150 km rijden, al in het buitenland zijn. Noorse bezienswaardigheden liggen gemakkelijk zo’n 50 tot 100 kilometer van elkaar. Twee bijzondere locaties bezoeken op een dag? Dat vraagt al snel veel autotijd. En goed om weten: honderd kilometer in een uurtje? Niet in Noorwegen: je rijdt er gemiddeld zo’n 60 km/u. Zeker een keer je ten noorden van Oslo zit . Bijna de hele tijd dus. Noorwegen is immers bergachtig en dat betekent: prachtige uitzichten maar ook haarspeldbochten en tunnels (al dan niet gecombineerd). De zeldzame grote ‘autowegen’ zoals de E6, E16, enz. tellen meestal maar 1 rijvak per rijrichting.  Doodleuk veranderen ze af en toe in wat wij ‘steenwegen’ noemen en doorkruisen ze ook dorpen (40km/u). Standaardmaximumsnelheid op de autowegen is 80km/u. Even aanpassen toch, voor ons, autostradefans.

Praktisch detail: zoals in de meeste landen, betaal je tol op de Noorse autowegen. Maar ook in grote steden als Oslo en Bergen betaal je tol als je met de auto tussen 9 en 18u de stad inrijdt. Meteen de verklaring voor het feit dat het centrum van Oslo zo opvallend rustig is!

Als je de camera moet draaien om het betere bochtenwerk (bijna) helemaal te vangen…#Trollstig
Tunnel van 24.5 km (Aurland)

De weg is de bestemming

Een roadtrip is dus de handigste manier om Noorwegen te leren kennen. In dit land ben je altijd onderweg. Of zo ervaarde ik het toch.

Reistip: absolute aanraders zijn de 18 panoramische routes die de Noorse dienst voor toerisme opstelde. Zeker checken als je je reis voorbereidt! Wij genoten van de prachtige Scenic Sognefjellet,  van een stukje van de Gamle Strynefjellsvegen, en de Aurlandsfjellet. Niet altijd een aanrader als je snel op je bestemming wil zijn, wel heel erg de moeite als je het Noorse landschap wil exploreren. En soms… IS er gewoonweg geen andere weg.

Een auto breed

In fjordenland zijn de wegen smal: rond de Lustrafjord en op kleinere wegen is de rijbaan regelmatig 1 auto breed. Gelukkig zijn er om de paar honderd meters wel uitwijkstroken. Spannend soms. Vooral als de weg bochtig is en er veel campers in de buurt zijn. Of traktors of lokale bussen.  Rijden in de fjorden houdt dan ook in: tunnels doen en de veerboot nemen. Gelukkig hebben we nooit moeten aanschuiven, was er weinig verkeer en hebben we ook maar zelden een zware vrachtwagen voor ons de helling zien opzwoegen.

Praktisch detail: er zijn vaak kleine parkeerplekken of uitwijkplaatsen voorzien nabij bezienswaardigheden of uitzichtpunten. Handig. Evenals de openbare toiletten die je op deze plekken vindt. Infrastructuur in Noorwegen? Check!

En de ferry?

Wat de ferry’s betreft: bereid je reis voor als je een langere overvaart wil doen, zoals van Kaupanger naar Gudvangen (2,5 u). Er zijn soms maar twee ferry’s per dag, dus dan moet je vooraf een plaats boeken.  En voor korte overtochten (bijvoorbeeld over de Norddalsfjord van Linge naar Eidsdal, 10′) is het checken wanneer de eerste en de laatste ferry uitvaren, want er is geen nachtdienst.  Varen met de ferry’s is overigens super-aangenaam: de boten zijn elektrisch aangedreven en glijden over het water zonder een zuchtje motorgeronk of -gebonk. Je schuift in het aangeduide rijvak aan en het op- en afrijden van de boot verloopt supervlot. Heel prettig !

NB. De helft van de Noren rijdt trouwens elektrisch – dankzij het feit dat je geen tol moet betalen en heel wat fiscale voordelen krijgt als je voor een elektrische wagen kiest.

In 10 minuten van Linge naar Eidsdal
Logisch, toch?

Tip: Ga je in de winter naar Noorwegen, check dan vooraf goed je route: heel wat van de schaarse (en schitterende) wegen over de bergpassen zijn dan afgesloten en ook bepaalde ferry’s varen niet uit. Dat betekent snel een 100-tal kilometers extra op de teller.

Glaasje op, laat je rijden

Verkeersregels zijn vrij strikt in Noorwegen, wij spotten camera’s en trajectcontrole-apparatuur en er is een volledig alcoholverbod voor autobestuurders. Niet dat je zo snel een glas alcohol achterover kiept in Noorwegen: reken voor wijn zo’n 16 à 18 euro per glas en een luttele 60-80 euro per fles.  Alcohol moet je net zoals in Zweden en Finland ook in aparte winkels kopen. Snelheidsduivels betalen 10 euro boete per kilometer die ze boven de snelheidslimiet zitten. Bref, autobestuurders houden zich tamelijk getrouw aan de snelheidsregels in het verkeer.  Voetgangers in steden daarentegen steken over waar en wanneer ze ook maar willen (absolute voorrang).

2. Elke dag worden er twee elanden overreden

Helemaal waar. In Noorwegen bulkt het van de natuurparken. Elanden, die veel ruimte nodig hebben, vinden die daar nog. Maar zwerven al wel eens buiten de lijntjes. Er zijn zo’n 200.000 elanden in Noorwegen. Ze leven solitair, in tegenstelling tot rendieren.  Op autowegen aan de rand van die natuurgebieden is het bij valavond en bij het ochtendgloren opletten geblazen dat je niet tegen zo’n 500kg eland aanrijdt. Verder is het ook uitkijken voor onverwachte strapatsen van schapen en geiten in de bergen. Die lummelen vaak wat rond op en naast de wegen. En in skigebied heb je dan nog problemen met de lastigste soort overstekend wild: skiërs – zoals de verkeersborden aangeven.

3.  De Noren eten alleen pizza en hamburgers

Die indruk kregen we toch. ’s Ochtends zijn er gemarineerde haring en gerookte of gekookte zalm bij het ontbijt, maar wil je uit eten gaan, dan moet je het meestal stellen met pizza, hamburgers of caesarsalade.  Maar wie gaat er ook uit eten in een land waar je 25 euro neertelt voor een hamburger en 45 euro voor een hoofdgerecht? In de meeste dorpen en kleine steden is er ook zelden een restaurant te vinden. Ook een cafécultuur zoals in België is in Noorwegen onbestaande. Tenzij in de (weinige ) grote steden.

Tip: Koop onderweg in een stedelijke winkelcentrum in een Coop of Kiwi genoeg mondvoorraad, want in de dorpen is er vaak slechts één winkeltje (met dan nog beperkte openingsuren) . Ook nog goed om weten: winkels sluiten vaak om 17 u en als ze pas om 18u dichtgaan, mag je steevast vanaf 17.30uur niet meer binnen.  De keuken van restaurants in Oslo sluit om 21u – d.w.z. dat je vanaf 20.30 uur geen eten meer kan bestellen.

4. Alles is duur

Bijna alles. Eten, alcohol, benzine, buitenactiviteiten,  toegang tot bezienswaardigheden,..  Outdoor kledij, wandelschoenen, wollen ondergoed, skijassen en sportmateriaal daarentegen kosten  (zeker in de koopjesperiode in juli) maar de helft van wat je in België betaalt. En er is ontzettend veel keuze en kwaliteitsspul.  Alleen in steden of skioorden, natuurlijk.

Opvallend zijn de winkelcentra op kruispunten van grote wegen, zoals in Dombas, Lom, enz. Daar zie je dan zelfs op een zondag de parkeerterreinen vol staan met campers. Reizigers en plaatselijke bevolking komen hun voorraad inslaan. Want regelmatig moet je bijna 80 kilometer verder zijn om een ‘stad’ (2000 inwoners) tegen te komen.  Dorpen bestaan meestal uit een twintigtal huizen.  En afgelegen boerderijen.

Tip: je hebt niet veel cash geld nodig (de Noorse kroon is op dit moment 0.10 euro waard). Op veel plaatsen wordt er, net als bij ons, elektronisch betaald. Zelfs aan de kraampjes met kersen, aardbeien, aardappelen langs de kant van de weg.

4. In de zomer gaat de zon nooit onder

“Nooit” is wat overdreven. Maar echt donker werd het tijdens onze reis in juli niet. Tussen 0.30 en 03.00 uur werd het wat donkerder, al heel snel is het licht daarna weer van de partij.  Handig als je pas laat op je bestemming arriveert: ook om 23 uur is het nog klaarlichte dag.

Tip: zeker een slaapmasker in je koffer stoppen als je wakker wordt van het eerste ochtendlicht!

23 uur – de laatste zonreflecties over de Norddalfjord

5. Friluftsliv

‘Friluftsliv’, het buiten leven in de vrije natuur, is een typisch Noors begrip – de term komt van auteur Henrik Ibsen (1828-1906). En we zien het ook in de praktijk: vouwstoeltjes met een vissende familie op wat steenslag middenin een rivier, kranige 80-ers die hun bergschoenen strikken voor een wandeling naar een berghut, kinderen van vier die met een helm op hun musketons leren vasthaken voor ze een klauterparcours opgaan.  Het is waarschijnlijk een veralgemening, maar we stellen toch vast dat Noren veel meer buiten leven en actief zijn dan wij: hun favoriete hobbies lijken klimmen, skiën, kanoën, mountainbiken, vissen, kamperen en jagen…  De ruige bergen, meren, woeste rivieren vol stroomversnellingen vormen ook het perfecte decor voor avontuurlijke outdooractiviteiten zoals rafting, ziplining, paragliding, gletsjertochten. Maar vooral ook het gewoon buiten zijn in de open lucht en wandelen is populair.  En opvallend, in tegenstelling tot  tijdens onze reis naar de States, zagen we hier weinig obese mensen.

Kolkende rivieren
gletsjers
IJzig mooie hoogvlaktes

Tip: een handige wandelkaart voor Noorwegen. En zorg voor goeie wandelschoenen!

Gehard door het buitenleven

Vol verbazing keken we ook toe hoe gidsen of Noorse wandelaars in T-shirt rondliepen terwijl wij een fleece, windjack en muts over ons merino-wollen ondergoed aantrokken.  Een kwestie van gewenning waarschijnlijk. Maar tegen de massa kleine, venijnige muggen bij de veenmeertjes in Dovrefjell Nasjonal Park konden ook deze natuurmensen niet op.

Tip: vergeet de muggenmelk niet als je in de buurt van een meer vertoeft.

De temperaturen?

In Oslo is het in juli zomer en zonnig zoals bij ons. Ga je noordelijker of naar de hoogvlakten op 1000 meter en meer, reken dan op 5 à 15°C. Vaak met ijzige wind. En in de fjorden heb je heel veel kans op wolken en regen. Het weer is er, zoals overal in de bergen, heel wisselvallig. Op de Austdalbreengletsjer hadden we bij momenten zelfs met handschoenen aan ‘houten’ vingers, terwijl we toen de zon erdoor kwam al direct jas en truien wilden uitspelen.

6. Er zijn twee talen

Klopt. En zelfs meer dan twee. Want elk dorp heeft zowat zijn eigen dialect. Maar er zijn twee officiële talen: Nynorsk (‘Nieuw-Noors’) en Bokmål (‘Boekentaal’). Beetje verwarrend voor outsiders omdat de talen op elkaar lijken. Geen paniek dus als namen op de wegenkaart een beetje verschillen van wat er in je reisgids staat. Zo zagen we ‘vatna’ en ‘vatnet’ voor ‘water, meer’ en ‘Smaragdveien’ en ‘Smaragdvegen’ voor ‘Smaragdweg’.

Nationalisme

Noorwegen bestaat nog maar sinds 1814 als land. Tevoren was het Deens grondgebied. Bokmål is -ruwweg- meer gebaseerd op het Deens (dat dus lang officiële taal en schrijftaal was) met aanvulling van formele Noorse woorden. Nynorsk (15% van de bevolking) werd in de 19de eeuw vanuit een soort nationalistische reflex gecreëerd op basis van inventarisatie van in de spreektaal gebruikte woorden en uitdrukkingen. De taal was vooral populair in regio Vestland, maar lijkt nu aan belang in te boeten.  Opvallend detail: onderweg zie je ontzettend vaak de Noorse vlag wapperen bij overheidsinstellingen, maar ook bij heel veel gewone huizen. Totaal ondenkbaar in België.

7. Naar Noorwegen ga je voor de natuur

Absoluut, de landschappen, de natuurparken, fjorden, … ze bieden adembenemende uitzichten.  Mijn vingers kleefden zowat aan mijn fotocamera!

Maar evengoed vind je in een aantal steden boeiende moderne architectuur. Zoals de nieuwe bib, de nieuwe musea en het gloednieuwe Operahuset in Oslo of het onvergetelijke Snøhetta uitzichtpaviljoen in Dovrefjell Nasjonaal Park. Voor oude historische stadskernen zoals in Brugge, Leuven, of Antwerpen ga je niet naar Noorwegen. Maar je hebt er wel de laatste 28 bewaarde staafkerken. De meeste zijn ontstaan in de 12 tot 14de eeuw, hun dakstructuur lijkt op een omgekeerd vikingschip. Heel erg mooi en fascinerend. En een typisch symbool voor Noorwegen, want in landen zoals Zweden en IJsland is er geen enkele overgebleven.

Maar niets kan op tegen de imposante natuurlijke schoonheid van dit bijzondere land natuurlijk.

Borgund Stavkyrkja
Sogndal

Hoeft het nog gezegd? Wij zijn fan!

Ook leuk om te lezen:

33 thoughts on “Eerste keer Noorwegen? Nuttige tips en weetjes!

  1. Heerlijk artikel, veel herkenning voor ons natuurlijk! Wij reisden met onze camper door Noorwegen en dat was soms best spannend op de toch wel smalle wegen. Toch genoten we vooral volop: wat een gaaf land! Hebben jullie rendieren gezien trouwens? Wij niet!

    1. Ja, met een camper: een avontuur soms. Maar zalig wel, wat een mooie plekken zijn er ! En rendieren: ook niet gezien. We zaten te zuidelijk denk ik. Wel 2 elanden langs de kant van de weg. En nog een heleboel tijdens een safari.

  2. In “de weg is de bestemming” kan ik me helemaal vinden in Noorwegen. Dat er alleen pizza en burgers gegeten worden hebben we niet zo ervaren. Hoewel we eigenlijk vooral veel zelf gekookt hebben, om kosten te besparen. 🙂

    1. Het is altijd onderweg zijn,hè. Pizza en burgers: dat geldt vooral als je iets wil gaan eten – er is niet veel aanbod van eettentjes (en ze zijn dus ook pokkeduur). Zelf koken is de beste keuze!

  3. Wat een handige tips. Ga ik zeker onthouden want ik zou al lang heel graag naar Noorwegen gaan. Maar bij het zien van die bochten keert mijn maag al. Zijn de banen wat veilig? Daar ben ik altijd bang voor

  4. Fijne tips! We hebben Scandinavië op de planning staan voor komende zomer, dus ik onthoud je blog. Goed om te weten dat je gemiddelde snelheid een stuk lager is dan verwacht. Dan kunnen we daar rekening mee houden bij het plannen van de reis.

  5. Klinkt een beetje als IJsland, wat voor ons wel de reden is om Noorwegen nog niet volgende zomer te bezoeken. Hoewel wij IJsland geweldig vonden en wij Noorwegen ook geweldig gaan vinden verwacht ik, wil ik eerst weer knap weer haha. Daar is ook alles duur en eet je in restaurants voornamelijk pizza en hamburger. Wegen zijn vaak met 1 baan inderdaad, alleen je betaalt zo goed als nergens tol ,dat scheelt dan weer. Die foto van die eerste weg vind ik overigens fantastisch, ziet er heel mooi uit! Noorwegen staat hier heel hoog op het lijstje 🙂

    1. Wij zijn ook een paar jaar geleden naar Ijsland geweest: uniek land! En sommige regio’s in Noorwegen doen me ook aan IJsland denken. Zo jammer van het dure leven daar, hè!

  6. Wauw wat gaaf zeg! Ik ben nog nooit in Noorwegen geweest, maar het lijkt me een prachtig land om te ontdekken. Ik ben vooral benieuwd naar de ruige natuur en de kleurrijke huisjes.

  7. Doet veel deugd om te zien dat jullie je leven stilaan opnieuw kunnen oppakken !! Geniet ervan met immense teugen !!

  8. Altijd fijn om je verhalen te lezen. Wij kregen de tip van een local om altijd “Norwegian parfum” (anti muggenspray) bij te hebben… een andere vond “the green winter the worst”… begrijpelijk… tijdens de regen hopen dat je morgen een t-shirt kan aantrekken ipv een trui. Via Facebook kan je onze roadtrip een beetje volgen (geen blog).

  9. Het moet daar echt prachtig zijn qua natuur. Iets dat zeker nog op mijn lijstje staat. Vrienden van ons deden in juni een grote rondrit daar met de camper. Ik ben zo benieuwd naar hun verhalen.

    1. Dat is het inderdaad! En het land is zo groot! Er zijn zo veel mooie plekken! Fantastisch! (Maar dus ook wel lange afstanden) Houden jullie vrienden misschien een blog bij? Ik ben ook al benieuwd om te zien waar zij geweest zijn :D!

    1. Voor ons was het ook een verre droom. Maar al zo veel meegemaakt de laatste tijd dat we nu proberen te doen wat we nog echt willen doen. Geen uitstel meer. En echt ook een land voor jou, Bea ! Ongelooflijk mooie natuur – en niet alleen de ’typische’ fjorden. De natuurparken van Rondane en Dovrefjell vond ik fantastisch! Het enige minpunt las je al: Noorwegen is duur. Maar het is de moeite waard!

      1. Ik droom daar ook echt van.
        Ik weet het, wij hadden het er vandaag nog over: dat het nu moet gebeuren. Maar het zal toch volgend jaar of het jaar daarop zijn. Een probleem is de ernstige allergie van manlief, vooral voor insectenbeten… hij draagt altijd zijn EpiPen bij zich.

      2. Klopt, dan moet je inderdaad opletten. En alle nodige medicatie meenemen. Kan je het op die manier onder controle houden ?

      3. Tot nu toe wel. Sedert de dag dat hij een anafylactische shock deed, zo’n twaalf jaar geleden, neemt hij preventief medicatie. De injectie hopen we nooit nodig te hebben.

Altijd fijn om je reactie te lezen: