Ronddwalen in het historische mijncomplex Le Grand-Hornu

Le Grand-Hornu, het bijna mythische mijncomplex in de Borinage. In de 19de eeuw een pronkstuk van de Belgische industrie. Een visionaire modelstad. Nu omgetoverd tot hedendaags centrum voor innnovatie en design. En erkend als UNESCO-werelderfgoed. Tot mijn schande was ik er nog nooit geweest. Dat heb ik nu goedgemaakt.

Tijd voor een impressie. Van een halve dag ronddwalen tussen heden en verleden. Met dank aan Henri De Gorge (1774-1832)

historische site Le Grand Hornu
Le Grand Hornu – van bij de ingang zie je in de verte het beeld van oprichter Henri De Gorge

Le Grand-Hornu: waar?

Op de snelweg even ten zuidwesten van Mons nemen we de afslag naar Boussu. Daarna gaat het richting Hornu (en Le Grand-Hornu). We rijden het stadje binnen. En volgen de toeristische borden ‘Grand-Hornu’. Nieuwsgierig kijk ik naar de rijen identieke arbeidershuisjes die de straat afboorden. Later blijkt dat zij een deel zijn van de oude mijnbouwsite. Als we aankomen bij de grote ingangspoorten van Le Grand-Hornu, is er een brocante-markt op het plein voor de site aan de gang. We parkeren de auto en lezen nog net de waarschuwing om geen waardevolle voorwerpen in de wagen achter te laten.

historische site Le Grand Hornu

De geschiedenis van het historisch complex Le Grand-Hornu

Begin 19de eeuw werd er steenkool gezocht én gevonden in het gehucht Hornu. Jammer genoeg kon kolenhandelaar en mijneigenaar Henri De Gorge onvoldoende werkkrachten ter plekke krijgen. En al evenmin daar houden. Niet getreurd. De Gorge zorgde voor een grote slaapzaal voor de arbeiders. Daarna besloot hij zelfs om een hele wijk te bouwen (1816). Die groeide uit tot een echt stadsproject, ‘Le Grand-Hornu’, met 450 arbeiderswoningen, een school, een (gratis) ziekenhuis, een bibliotheek, een danszaal, een park met muziekkiosk en andere publieke ruimtes.

Hij zorgde natuurlijk ook voor zichzelf en zijn ingenieurs. Er kwam in Le Grand-Hornu een vleugel voor de ingenieurs-bestuurders en een herenwoning voor de directeur. Bijgenaamd ‘Kasteel De Gorge’.

Al mochten de arbeiders ook helemaal niet klagen. De bakstenen arbeiderswoningen waren uitzonderlijk comfortabel voor die tijd. Bij elke woning hoorde een oven en een waterput. En ze hadden elk zelfs een klein privé-tuintje. De 6 straten met arbeiderswoningen omarmen nu nog het centrale hart van het Grand-Hornu-complex met de machinezaal, het park en de gemeenschappelijke voorzieningen.

Comfortabel wonen, gezondheidszorg en onderwijs

De Gorge was dan wel een filantroop, gratis woonst voor zijn arbeiders was voor deze ondernemer-pur-sang toch ook weer van het goede te veel. De arbeiders betaalden dus huur,1 dagsalaris per week werd ingehouden van hun loon. Maar daarvoor kregen ze wel wat in de plaats. Alleen al de gratis gezondheidszorg en het (verplicht) onderwijs voor jongens én meisjes tot 12 jaar waren ongezien in die periode. Het resultaat liet zich raden: rond 1830 werkten er zo’n 1000 à 1500 arbeiders in de mijn van Hornu. Ze was uitgegroeid tot de belangrijkste van de regio.

historische site Le Grand Hornu
arbeiderswoningen rond de gemeenschappelijke voorzieningen – huisje met tuintje
historische site Le Grand Hornu
Kasteel De Gorge: ontvangstruimte voor hoog bezoek, zoals Leopold I
Historische site Le Grand Hornu
Het centrale, ovale plein van Le Grand-Hornu. Links de ingenieursresidentie, rechts de machinezaal. Het standbeeld van De Gorge domineert het plein.
Eerste trein van België

De Gorge was niet alleen op sociaal en economisch vlak vernieuwend. Hij ontwikkelde ook innovatieve mijntechnieken, nieuwe stoommachines, installeerde in 1830 zelfs de eerste door paarden getrokken trein van België. Om zo de grondstoffen tot aan het kanaal te vervoeren. Met prompt een arbeidersopstand tot gevolg. De Gorge verstopte zich, verkleed als mijnwerker, in de paardenstallen om aan de woede van zijn werknemers te ontsnappen.

historische site Le Grand Hornu
de paardenstallen bij de ingang
Le Grand Hornu
treinwagons door paarden getrokken
De directeur is een vrouw

De rust keerde weer, maar De Gorge overleed in 1832 plots aan cholera. Net op het moment dat de grote centrale machinebouwplaats van het mijnbouwcomplex klaar was. Zijn vrouw Eugénie Legrand nam het roer over en leidde het mijnbouwbedrijf. Opnieuw uitzonderlijk in die tijd.

De mijn bleef in bedrijf tot 1954. Daarna werd de site verlaten en kwam ze ten prooi aan verval.

Le Grand-Hornu
de machinezaal: klaar in 1832

Le Grand-Hornu nu

Na de stopzetting van de industriële activiteit kwam er in 1969 een Koninklijk Besluit dat voorzag in de afbraak van Le Grand-Hornu. Maar gelukkig dacht één man daar anders over. Architect Henri Guchez kocht de site in 1971. Hij begon ze te renoveren om er zijn kantoor te vestigen. En hij slaagde erin om de provincie Henegouwen warm te maken voor het historische complex. Die werd eigenaar en installeerde er een vzw die een cultureel programma ontwikkelde voor de plek. In 2014 veranderde de vzw in het CID : het Centrum voor Innovatie en Design in Grand-Hornu. En ook de Franse gemeenschap vestigde haar Museum voor Hedendaagse Kunst (MAC’s) op de site. Zo groeide ze uit tot een cultuurplek met bijzondere aandacht voor de relatie tussen kunst en industrie. Ze focust vooral op onderzoek en expo’s op het vlak van innovatief design, industriële creaties en toegepaste kunst.

Wie minder geïnteresseerd is in industriële archeologie, komt in de exporuimtes dus wel aan zijn trekken.

Op het binnenplein bespeuren we al direct een interessant kunstwerk. Na de sfeervolle binnenkoer bewonderd te hebben, wandelen we naar de bookshop waar je ook de tickets voor de tentoonstellingen in CID en MACs kan kopen. Onder de mooie bakstenen gewelven worden we super-hartelijk onthaald. Een enthousiaste medewerker geeft ons een plannetje en uitleg, volledig in het Nederlands. We besluiten te starten met de expo ‘Design on Air’ die nog tot 13/10/2019 in het CID loopt.

de bookshop

Het CID – Expo ‘Design on air’

Waarover gaat het?

In 2019-2020 slaan de 4 grote Waalse mijnsites de handen in elkaar voor 4 expo’s/evenementen die gewijd zijn aan de 4 elementen. Mijnactiviteiten hebben namelijk een nauwe verwantschap met lucht, water, aarde en vuur. Elk van de 4 sites koos één element om te onderzoeken. Het CID in Grand-Hornu koos het thema ‘lucht’. In de expo Design on air wordt nagegaan welke rol dit  element speelt in hedendaags design.

Mijn oordeel: hele mooie en intrigerende expo. En bovendien op mensenmaat. In een prachtige ruimte. Een aanrader!

Wat valt er te zien?

De verschillende functies van lucht in hedendaags design aan de hand van uiteenlopende, soms verrassende designobjecten. Alles draait rond deze reeks subthema’s:

  • -lucht als vulmateriaal (filled with air)
  • -lucht in het productieproces (formed by air)
  • -nood aan gezonde lucht (clean air)
  • – afkoeling en geluid (moving air)
  • -lucht al bescherming (air for safety)
  • -lucht om in te zweven (in the air)

Zo ontdekten we de Beach Cocoon van Pascale De Backer, de delicate handgeblazen tekstballonnen (Phylactères) in gekleurd kristal van Charles Kaisin, de opblaassofa Club Chair van Maarten De Ceulaer, de In Hale Coffee van Ben Storms, Urban Air mondmaskers als modieuze kledij, en nog veel meer…Van de hand van designers uit binnen-en buitenland. Heel boeiend!

CID
In Hale Coffee Table: designsalontafel -de kracht van lucht: het opgeblazen metalen kussen is sterk genoeg om een marmeren blad te dragen
Beach Cocoon van Pascale De Backer

Restaurant Rizom

Tussen CID en MACs ontdek je in de gerenoveerde vleugel van het complex ook de mooie brasserie Rizom van chef Sang Hoon Degeimbre. Beroemd van Michelinsterrenrestaurant L’air du temps in Eghezée, maar evengoed van kleinere nevenprojecten zoals bistro San in de Vlaamsesteenweg in Brussel.

Wij piepten er even binnen: het zag er in elk geval stijlvol uit, net zoals de gerechten van de chef. Volgens Degeimbre staat Rizom voor een keuken met uiteenlopende wortels, op het snijpunt van culturen. Met lokale markt- en seizoensproducten.  Al geproefd, iemand?

Het MACs : expo van Fiona Tan

Tenslotte liepen we nog verder door naar het MACs om moderne kunst te bekijken in het langgerekte ingenieursgebouw. Uiteindelijk keken we vooral naar de architectuur en minder naar de kunstwerken. Alhoewel de aanpak van Fiona Tan me wel interessant leek, viel de expo wat tegen.

architectuur die aandacht vraagt

expo Fiona Tan MACs
werk van Fiona Tan
het voorplein en de vierkante zaal van het MACs

Nee, laat me dan maar rondwandelen tussen de ruïnes van de oude machinezaal van Henri De Gorge. En fantaseren over de mensen die hier in die honderden identieke huisjes in de aanpalende straten leefden. Keihard werkten. Op zondag misschien in het park picknickten. Of hun weeksalaris opdronken. Wie zal het zeggen?

Tevreden verlieten we deze bijzondere plek. Waar verleden en heden elkaar ontmoeten. Rond innovatief vermogen, creativiteit en industrie.

Maar bovenal is het historische mijncomplex van Grand-Hornu een uitzonderlijk stukje industriële archeologie.

Nieuwsgierig naar meer? Lees ook

  1. Tot mijn schande ben ik hier ook nog niet geweest! Misschien leuk om te combineren met een bezoek aan Mons, dat al lang op mijn lijstje staat 🙂

    1. Zeker een goeie combinatie. Mons heeft ook een leuk street art parcours! (Zelf ook nog niet gezien, dus: ik lees zeker mee als je erover schrijft :))

    1. Nee hoor, het is de expo Design on Air die maar tot 13/10 loopt. Le Grand-Hornu blijft toegankelijk voor het publiek. Ook te combineren met het noorden van Frankrijk 🙂

Altijd fijn om je reactie te lezen: