Onze reisroute in Midden-Noorwegen

Tien dagen trokken we deze zomer rond in Noorwegen. Met de auto. We startten in Oslo, verkenden de prachtige oostelijke natuurgebieden Rondane en Dovrefjell-Sunndalsfjella en reden dan naar de Noorse Westfjorden om tenslotte via de Hardangervidda-hoogvlakte terug te keren naar het zuiden.  Dat betekende vele uren ‘on the road’ in dit uitgestrekte land, maar met als beloning een aantal onvergetelijke belevenissen, een onnoembaar rijke variatie aan unieke landschappen en een veelheid aan buitengewoon mooie ‘nasjonale’ parken. Voor ons was dit de eerste kennismaking met Noorwegen en ik kan alleen maar zeggen: meer van dat!  Enneuh…Ben je een kaartmens? Onderaan vind je onze reisroute in Midden-Noorwegen in Google Maps.

Het start- en eindpunt: Oslo

Zoals voor bijna iedereen, startte onze reis in Oslo, de zuidelijk gelegen hoofdstad van Noorwegen. We gunden onszelf twee luttele dagen om de sfeer op te snuiven van  het oude centrum bij de haven. Onze voeten maakten overuren tijdens de stadswandeling langs de Johannsgate naar het koninklijk Paleis, maar nog meer toen we de herbestemde pakhuizen van het havenkwartier Aker Brygge en de musea bij Tjuvholmen ontdekten.  Zo leuk om in de zon langs de kaaien te slenteren en je ogen uit te kijken! Noot: iets drinken of eten? Spring dan liever de plaatselijke Spar binnen – om een gat in je portemonnee te voorkomen.  Op de daken van het ultramoderne Operagebouw zagen we de laatste zonnestralen weerkaatsen op het schitterende sneeuwwitte marmer en in de avondzon genoten we nog van de moderne architectuur van het Munchmuseum en de nieuwe bibliotheek – die beslist wat inspiratie opleverde.

Oslo, operahuset
Oslo, bibliotheek
Oslo, Fearnsly Museum

Naar de geboortestreek van Peer Gynt bij Rondane

Na deze 48 uur van citytripping in Oslo waren we helemaal klaar om de  alom geroemde natuurpracht van ons gastland beter te leren kennen. Driehonderd zeventig kilometer noordelijker boekten we een slaapplek in een familiepension in het dorpje Hövringen.  De route ernaartoe was zo helder als het helderste Noorse bronwater. Ze liep via de E6 richting Trömso waarbij we zowel het langste meer (Mjøsa) als de langste rivier (de Otta) van Noorwegen een stuk zouden volgen. 370km… als doorgewinterde Belgische chauffeur schat je de reisduur dan op zo’n 31/2 uur. In de praktijk deden we er echter ongeveer 6 uur over. Zonder onze twee uur durende stop bij de smaragdgroeve van Minesund meegerekend. Maar ik moet het toegeven: ook al ben ik niet zo gek op in de auto zitten, doordat we onderweg af en toe stopten om iets te bezoeken, werd de pil rijkelijk verguld. De reis is de bestemming? Inderdaad! Benieuwd naar enkele van onze stops?

Noorwegens geboortehuis

We hadden Oslo nog maar net achter ons gelaten en we maakten al een kleine tussenstop in Eidsvollsbygningen bij het landhuis  en de oude fabriek van industrieel Carsten Anker (1747-1824). Op zijn landgoed kwam in  mei 1814 het eerste Noorse parlement samen. Mooi typisch Noors landhuis in een klein parkje.

Zen bij de smaragdgroeve

Even verderop bezochten we een voormalige smaragdgroeve (in privé-bezit) op de idyllische oever van het Mjøsa-meer. Het rustige geklots van het water tegen de oever, de zachte zonnewarmte op onze huid en het overvloedige aanwezige groen zorgden ervoor dat we helemaal zen werden en hier zomaar eventjes twee uur bleven verpozen.

Eerste staafkerk: Ringebu

Voor we het wisten, was de namiddag dus al begonnen. En we hadden nog heel wat kilometers voor de boeg. Andere leuke stopplaatsen (zoals Lillehammer – inderdaad, van de Winterspelen) reden we dus genadeloos voorbij om via één van de mooiste en langste Noorse bergdalen (Gudbrandsdal) uiteindelijk in de buurt  van Peer Gynts geboortestreek én van onze eerste Noorse staafkerk te komen. We waren nipt  voor 17u  in Ringebu en konden nog net de unieke interieurschilderingen van de kerk bewonderen.  Over het exterieur zwijg ik: een beeld zegt meer dan 1000 woorden. De staafkerk van Ringebu is  één van de weinige in Scandinavië bewaard gebleven houten staafkerken. En straf: het is na al die eeuwen nog steeds de parochiekerk van het dorp. Haar prachtige ligging op de bergflank brandde zich op ons netvlies!

Ringebu stavkyrkja

Hogerop naar Hövringen

Tegen de avond arriveerden we na een stevige klim via haarspeldbochten uiteindelijk bij het op ong. 1000 meter hoogte gelegen dorpje Hövringen. Een geweldige plek om een aantal dagen te blijven: die uitzichten! Ook mooi meegenomen: van hieruit vertrekken er tal van wandelingen doorheen het Nasjonaal Park van Rondane.  Maar wees erop voorbereid: ijzig giert de wind hier over de vlaktes. Bij onze aankomst was het …5°Celsius.  Muts en sjaal welkom!

Hövringen

Van hieruit deden we ook een aantal uitstappen noordelijker. Zo gingen we elanden observeren in Dovrefjell-Sunndalsfjella (muggenspray noodzakelijk!),  spotten we een muskusos en picknickten we bij het  schitterende uitzichtpaviljoen van de Snøhetta. Magisch! Meer over Rondane en Dovrefjell las je in een vorige blog.

De Noorse Westfjorden

Na onze kennismaking met deze fraaie natuurgebieden richtten we onze aandacht op het ‘echte’ werk: de Noorse fjorden. Helemaal tot aan de westkust rijden, zagen we niet zitten wegens onze beperkte tijd, maar minstens één van de klassiekers (de Geiranger- en de Nærøyfjord) wilden we toch gezien hebben. We gingen voor een ‘folieke’ en huurden voor 2 nachten een mini-droomhuisje op de flank van de Kilsti, met uitzicht op de Storfjord.

Voor de route ernaartoe waren er vanuit Hovringen twee opties. Wij kozen de noordelijke weg (=270km) omdat we de mythische ‘Trollenladder’, de Trollstigen wilden zien.  Een absolute aanrader, deze panoramische route! Na de meest fantastische vergezichten arriveerden we bij de (110km lange) Storfjord waar we de overzet namen en in 10 minuutjes aan de overkant in Eidsdal aan wal gingen/reden. Dan was het weer een halfuurtje ‘bergbeklimmen’ voor we bij ons luxueuze ’tiny house’ aankwamen. We deden er, alle stops en de tijd voor de veerboot inclusief, opnieuw zo’n 6 uur over.

Ons verblijf in Kilsti begon onder een slecht gesternte, want net op het moment dat ik het kookvuur aanzette, viel de elektriciteit uit. Bleek dat de hele regio zonder stroom zat.  Voor alle duidelijkheid: ik had er niets mee te maken ;). Maar dat is een ander verhaal. De ligging van onze woonst-voor-2-nachten was in elk geval sprookjesachtig mooi!

Tiny house with a view in Kilsti

Vanuit Eidsdal reden we over de bergpas en langs het Eidsvatnet naar de iconische Geirangerfjord,  één van de smalste fjorden van Noorwegen. Met massa’s huizenhoge watervallen (zoals de beroemde ‘Seven Sisters’) die zich donderend langs de bergflanken de fjord instorten. Geiranger zelf is een ultra-klein dorpje, dat in de zomer helemaal ingenomen wordt door cruiseschip-toeristen. Je kan online checken op welke dagen er cruiseschepen arriveren. Handig!

Bijzonder fraai was dan weer de vervolgroute, die alweer even panoramisch was. Via die weg reden we dan na Geiranger verder naar Skjolden en Luster, bij de Lustrafjord.

Dalsdalen en de Lustrafjord

In het piepkleine gehucht Dalsdalen van het al even kleine dorp Luster huurden we een blokhut.  De route vanaf Kilsti door het bergland was zo’n 220km lang,  maar doordat je over bergpassen rijdt, en op de hoogste punten zelfs langs sneeuwmuren en bevroren meren zoals het betoverende Djupvatnet  is je snelheid opnieuw ettelijke malen kleiner dan je zonder voorkennis van het landschap zou verwachten.  Tel daarbij nog de vele schitterende uitzichtpunten waar je beslist wil stoppen voor enkele foto’s, en je begrijpt dat je voldoende tijd moet uittrekken voor deze ritten.

Djupevatn, het ijsmeer
Djupevatn <3

Drakenkoppen en zipliners

Een keer we in Lom,  bij Fossbergom aangekomen waren, konden we eindelijk bij een pizza op een terras wat op adem komen, terwijl naast ons toeristen via een zipline over de waterval van de Otta scheerden. Net als Dombas ligt Lom op een kruispunt van wegen, en daar zie je massa’s mensen inkopen doen. Vooral veel campers.  En heel fijn: in Lom is er ook een prachtige staafkerk, één van de grootste bewaarde staafkerken in Noorwegen. De drakenkoppen op  het dak herinnerden me aan de decoratieve (en soms ook een beetje schrikwekkende) boegbeelden in houtsnijwerk op de vikingschepen.  Het feit dat je hier infofolders in het Nederlands aantreft, zegt ook al genoeg over de populariteit van deze staafkerk.

Woelig water: heel gewoon bij de Noorse rivieren. Ideaal voor een partijtje rafting.
Slangen- of drakenkoppen? Ze herinneren in elk geval aan de ‘snekken’. Staafkerk van Lom

Jachthut

Daarna was het terug de bergen in, richting Skjolden en de Luster.  We volgden de Sognefjellsvegen, één van de nationale panoramische routes (van Lom richting Gaupne). De hut  in Dalsdalen waar we zouden logeren was een oude jachthut, ergens op het einde van de wereld. Of zo leek het wel. De kilometerslange weg leidde vanuit het dorp terug de bergen en de bossen in. Hij ging over in grind, donkere bossen omsloten ons en er was geen bereik. Enkele vervallen stallen waar op de bovenverdieping voor het raam nog omgevallen stoelen stonden (alsof er ’s avonds nog iemand woonde), sierden de wei voor onze hut. Het gedonder van twee nabije watervallen maakte de sfeer er niet vrolijker op. Nee, dan liever een huisje met zicht op de fjord.

Schijnbaar idyllisch, onze eenzame blokhut in Dalsdalen
Gluurt er iemand door het raam van deze vervallen stal?
Jachthut. Inderdaad.

Gletsjertocht

Vanuit onze tijdelijke basis ondernamen we opnieuw wat uitstappen, naar de Sognefjord, maar ook de bergen in, richting Nigardsbreengletsjer. Die is een deel van het Jostedalsbreen Nasjonalpark. Dat is eigenlijk één grote verzameling van gletsjers (en gletsjermeren).  Die gletsjers zorgden ooit ook voor het ontstaan van de fjorden. Massa’s prachtige wandelingen en tochten in de natuur zijn er te vinden in dit gebied, maar je kan ook kayakken op de gletsjermeren (zoals op de fjorden). Wij beleefden een memorabele gletsjertocht op de Austdalbreengletsjer.  Eerst een stukje met de motorboot over het Styggevatnet en dan: de zwemvesten uit en de stijgijzers aan. Eén ding: warme onder- en bovenkledij absoluut noodzakelijk. De helft van onze groep moest na een halfuurtje terugkeren omdat ze in jeans en blote benen op gletsjerwandeling trokken!

Over Styggevatnet naar de Austdalbreen

Staafkerkenland

Met wat mooi weer is de Sognefjord dé plek voor idyllische foto’s. Alleen: het regent meer in de fjorden dan elders. Wij hadden er zowel regen als zon. In deze streek (reken voor een uitstap toch zo’n 100 kilometer) zijn er naast de prachtige natuur ook nog 2 van de 28 overblijvende staafkerken te vinden: die van Urnes en Borgund. De donkere Borgundkerk (1180) is de meest authentieke staafkerk van het land. Ook hier kan jeweer prachtige wandelingen maken, onder andere langs de voormalige Koningsweg-pelgrimsroute (‘Kongeveien’). Onderweg naar Borgund stopten we bij het charmante dorpje Lærdalsøyri. Hier zijn nog een aantal straten van het oude dorp, met authentieke gekleurde Noorse huisjes bewaard gebleven.  Een fijne tussenstop.

Bij de Sognefjord
Borgund Stavkyrkja

Geilo en Hardangervidda

Van bij de Sognefjord trokken we dan weer terug naar de vlaktes, maar niet zonder eerst nog het bergland te doorkruisen (kan ook moeilijk anders, als je er middenin zit).  Recht op je doel afgaan is niet erg haalbaar in dit fjell-land. Net zoals in de Alpen of Pyreneeën kronkelen de wegen hier langs de rivieren in het dal. Of zigzaggen ze over de bergpassen. Vaak heb je een combinatie van bochtenwerk en tunnels. Die zijn in Noorwegen vaak langer dan bij ons: reken gemiddeld zo’n 3 a 5 km lengte voor een tunnel. Ondertussen is het uitkijken voor schapen en geiten langs de weg.  Vermoeiend rijden. We maakten ook kennis met de langste tunnel van Noorwegen: de  Aurlands- of Laerdaltunnel van ongeveer 24 km lang. Op drie plekken wordt het monotone tunnellandschap onderbroken door een grotachtige verbreding in gekleurd licht. Een ervaring wel ;).

Van Dalsdalen naar Geilo legden we zo’n 214 km af, maar weer moet je erop rekenen dat je hier dubbel zo lang over doet als in België. Wij vonden de rit van de Aurlandstunnel naar de bergpas en de langzame afdaling langs de vele meren met vakantiehuizen als stipjes op de bergflanken best vermoeiend.  Maar telkens: fantastische uitzichten troef.  Uiteindelijk arriveerden we in het skistadje Geilo. Mooi gelegen aan enkele meren, een goeie uitvalsbasis voor allerlei sportieve activiteiten en uitstappen en … er is een shoppingcentrum en zelfs drie (!) restaurants. Niet dat we er gingen eten, maar misschien een tip voor de gefortuneerde liefhebbers …

Actief in de buurt van Geilo

Buiten allerhande buitenactiviteiten en sport in Geilo zelf (denk: meerdere mountainbikeparcours, een klimparcours, een zipline, een kabelbaan, bewegwijzerde wandelpaden rond het meer en op de hoogvlakte,…) ligt ook de bekende hoogvlakte Hardangervidda binnen auto-afstand van de wintersportstad,  er zijn  in de ruime omgeving staafkerken in Torpo en bij Uvdal, er zijn watervallen en  ander natuurschoon bij de vleet. Wij waren op hotel in Geilo en konden ons dus helemaal ontspannen tijdens deze laatste kostbare vakantiedagen.

de meren van Geilo

moderne architectuur in Geilo
Uvdal
Oei, bukken geblazen (historische woningen in Uvdal)

De laatste etappe: terug naar Oslo

Vergeleken met alle vorige etappes was de laatste, van Geilo naar Oslo, een fluitje van een cent.  De rit van 230km  was goed te doen, alleen in de buurt van Oslo zelf werd het verkeer snel heel druk. En als je in het agragrische gebied dat je doorkruist achter een hooiwagen of traktor zit, scheelt dat natuurlijk ook in tijd. De belangrijkste les van onze roadtrip in  Noorwegen was dus: voorzie altijd genoeg tijd voor een etappe. Je gemiddelde snelheid is veel trager dan op de Belgische autowegen (zie Eerste keer Noorwegen? Nuttige tips en weetjes) en, nog belangrijker: er is zo veel moois  onderweg … Een pleidooi voor slow travelling :  #vergeetniettekijken.

Onze route op de kaart

Ook leuk om te lezen

10 thoughts on “Onze reisroute in Midden-Noorwegen

  1. Leuke route hadden jullie, weer een totaal andere reis gehad dan wij. Al kwamen we beide bij het Sognefjord en de Jostedalbreengletsjer. Wat troffen jullie veel staafkerken, wij zagen er twee. De Trollstigen staat hoog op ons lijstje voor een volgend bezoek aan Noorwegen!

  2. Wauw! Wat een gave roadtrip is dit geweest. Ik zou ook zeker de Trollstigen route willen rijden met al die bochten. En dat kleine huisje in de Westfjorden ziet er fantastisch uit!

  3. Leuke trip ! Ken je de app Polarsteps ? Hebben wij tijdens onze roadtrip leren kennen. Heel leuk om je route in kaart te brengen

Altijd fijn om je reactie te lezen: